Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Enkelvoud.
1 HfiC eerlijke kinrl,
2 Des eerlijkea kinds ,
3 Het eerlijke kind,
4 Het eerlijke kind.
Onzijdig.
Meervoud,
1 De eerlijke kinderen ,
2 Der eerlijke kinderen»
3 Den eerlijken kia>Icren>
i De eerlijke kinderen.
Enkelvoudif^,
1 Fen eerlijk kind .
2 Eens eerlijken kinds ,
3 Fen eerlijk kind ,
4 Ken eerlijk kind.
LES 13.
OVER DE VOORNAAMWOORDEN,
Voornaamwoorden z\in woorden, welke voor of in de plaats der zelfst.
naamw. gesteld worden, oni daardo(»r de gedurige herhaling van een
en hetzelfde woord te vermijden, hijv. in plaats dat men zegt : Jan gaat
met Jans broeder naar Jans vaders huis, zegt men : Jan gaal met zijnen
broeder naar zijns vaders huis. Soms bepalen zij de personen of zaken
nog nader, dan zulks duor de lidwoorden kan geschieden, bijv. de pen,
deze of mijne pc d.
Zij worden verdeeld in zes soorten ; als: 1. persoonlijke, 2. we-
derkeerende, 3. bezittelijke, 4. vragende, 5. aanwijzende, en 6. betrek-
kelijke voornaamwoorden.
Persoonlijke voornaamwoorden zijn dezulke, die regtstreeks de plaats
der personen, voorwerpen of zaken bekleeden. Zij zijn drieërlei, nament-
lijk : de eerste peisoon, die spreekt, (in het meervoud tfy); de fwcede,
lot wien men spreekt, gij (in het meervoud ook gij) de derde persoon,,
van wien gesproken wordt, hij, zij, het (in hel meervoud zij).
Eerste Persoon.
Enkelvoud,
1 Ik,
2 Mijns,
3 Mij ,
4 Mg,
Meervoud.
1 Wij,
2 Onxer,
3 Ons,
4 Ons.
Tweede Persoon.
1
2
3
4 U.
Gq,
Uws,
U.
1 Gij,
2 Uwer,
3 U,
4 U.
MANNELIJK.
1 Hij,
2 Zijns,
Derde Persoon.
Enkelvoud,
VROUWELIJK.
1 Zij,
2 Harer,
ONZIJDIG.
Het,
Zgns,