Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
Hel meervoudige getal duidl twee of meer personen, Toorwerpen of
zaken aan; als: smeden, tafels, deugden.
Het meervoudige getal wordt gemaakt, door achter het enkelvoudige
s, n, en, ers of eren te voegen; als: vader, vaders, gedachte, gedachten,
boom, boomen, kind, hinders of kinderen ; vader, vaders of vaderen, rad,
raders, raderen.
Er bestaat evenwel onderscheid tusschen vaders (ouders), en vaderen
(voorvaders), kleeden (tapijten), en kleederen [gewaad), bladeren (van
bomen), bladen (schenkbladen), enz.
De woorden stad, lid, schip, spit, smid, split, maken in hel meer-
voud steden, leden, schepen, speten, smeden, spleten.
Eindigt een woord op i, dan wordt de i of j verdubbeld; als: kraai
kraaijeny lei leijen, ooi ooijen.
Eenige zelfst.n.w. worden alleen in het enkelvoud gebruikt; als:
hulp, arbeid, handel, gras, geroep, liefde, jeugd, armoede, vrees, vee en
alle die stolTen aanduiden.' goud, zilver, enz.
En sommige alleen in bet meervoud'; als- onkosten, ouders, inkomsten^
hersenen, zeden, kosten,
LES 8.
over de geslachten.
De zelfst. nsamw. hebben drie geslachten: hel mannelijke, vrou*
welijke en onzijdige geslacht.
Van het mannelijke geslacht zijn:
1. Alle namen van mannen: Jan, Klaas, enz.
2. Alles wat een man voorstelt, als: heer, schilder, tuinier, luiaard, enz,
3. De namen der dagen: als- den Zondag, enz.
4. De woorden die van een werkwoord gemaakt worden en op aar, en
er uitgaan, als: rammelaar, stoffer, enz,
5. De woorden die vnn een bijvoegelijk naamw. met hel achtervoegsel
dom zijn zamengesteld; als: rijkdom, ouderdom,
6. De namen die in sem, lm, rm, dem eindigen; als: adem, bodem ,
balsem, palm, arm, bodem, enz.
Van het vrouwelijke geslacht zijn:
1. Alle namen van vrouwen; als Eva, Ma^-ia, enz.
2. Alles wal eene vrouw voorstelt; als: moeder, naaister, dienstmaagd,
babbelaarster,
3. De namen der letters, als.- eene a, eene m, enz.
4. De namen der hoofdgetallen als zelfstandig voorkomende; als: de
zes, de drie, de tien,
f>. Die op ij uitgaan, en een staat, eene bediening, of werking aan-
duiden; als; waardij, dieverij, burgerij,
6. Die op ing eindigen, en van een werkwoord afgeleid zijn ols: ver-
maninq van veifnanen, belooning van beloonen, enz.