Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 90
Vertrek mn MelUe,.
11 En na drie maanden voeren wjj af in een
schip van Alexandrië, dat op het eiland over-
winterd had, hebbende tot een teelten Kastor en
Pollux, En als wy te Syrakuse aangekomen
waren, bleven wij aldaar drie dagen 13 Van
waar wij omvoeren , en kwamen aan te Regium.
En alzoo na éénen dag de wind zuid werd,
kwamen wij den tweeden dag 'te Putéoli. 1* Al-
waar wij broeders vonden, en werden gebeden
zeven dagen bij hen te blijven; en alzoo gingen
wij naar Rome. 15 En van daar kwamen de
broeders, van onze zaken gehoord hebbende,
ons te gemoet tot aan de markt van Appius en
de drie tabernen (herbergen]*, welke Paulus zien-
de, dankte hij God, en greep moed.
Aankomst en verhUjf te Rome.
16 En toen wij te Rome gekomen waren, gaf
de Hoofdman de gevangenen over aan den Over-
ste des legers; maar aan Paulus werd toegela-
ten op zich zeiven te wonen, met den krijgs-
knecht^ die hem bewaarde. 17 En het geschied-
de na drie dagen, dat Paulus te zamen riep de-
genen , die de voornaamstén der Joden waren;
en als zij te zamen gekomen waren, zeide hij
tot hen: matinen broeders! ik, die niets gedaan
heb tegen het volk, of de vaderlijke gewoonten,
ben gebonden uit Jeruzalem overgeleverd in de
handen der Romeinen. 18 Dewelke , mij onder-
zocht hebbende, wilden mij loslaten, omdat gee-
ne schuld des doods in mij was. 19 Maar als
de Joden zulks tegen spraken, werd ik genood-
zaak mij op den Keizer te beroepen; doch niet