Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 7
nen, en uwe dochteren zullen profeteren, en
uwe jongelingen zullen gezigten zien, en uwe
ouden zullen droomen droomen. En ook op
mijne dienstknechten, en op mijne dienstmaag-
den zal ik in die dagen van mijnen Geest uit-
storten, en zij zullen profeteren, En ik zal
vronderen geven in den hemel boven, en teeke-
nen op de aarde beneden; bloed, en vuur en
rookdamp. 20 De zon zal veranderd worden in
duisternis, en de maan in bloed, eer de groote
en doorluchtige dag des Heeren komt. 21 En
het zal zijn, dat een iegelijk, die den naam des
Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.
22 Gij Israëlitische mannen ! hoort deze woor-
den: Jezus, den Nazarener, eenen man van
God onder ulieden betoond door krachten en
wonderen, en teekenen, die God door hem ge-
daan heeft iii het midden van u, gelijk ook gij
zelve weet; 23 dezen, door den bepaalden raad
en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt
gij genomen èn door de'handen der onregtvaar-
digen aan het kruis gehecht en gedood. 24 vVel-
ken God opgewekt heeft, de smarten des doods
ontbonden hebbende, alzoo het niet mogelijk
was dat hij van denzelven zoude gehouden wor-
den. 25 Want David zegt van hem: 27 Gij zult
mijne zid in de hel niet verlaten, noch zult u-
wen heilige overgeven, om verderving te zien.
29 Mannen broeders! het zij mij geoorloofd vrij
uit tnt u te spreken van den Patriarch David,
dat hij beide gestorven en begraven is , en zijn
graf is onder ons tot op dezen dag. 30 Alzoo
hij dan een Profeet was, en wist dat God hem
tnet eede gezworen had, dat hij uit de vrucht
zijner lendenen, zoo veel het vleesch aangaat,
,den Christus verwekken zou, om hem op zijnen