Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXVllI. 86
allen, goeds moeds geworden zynde, namen ook
zelve spijs. 37 w'ij waren nu in het schip in
alles twee honderd zes en zeventig zielen. 38 En
als zij met spijs verzadigd waren, ligtten zij
het schip, en wierpen het koren uit in de zee.
39 En toen het dag werd, kenden zij het land
niet; maar zij merkten eenen zekeren inham,
die eenen oever had, tegen welken zij geraden
vonden, zoo zij konden, het schip aan te zetten.
En als zij de ankers opgehaald hadden, ga-
ven zij het schip aan de zee over, met een de
roerbanden losmakende; en het ra-zeil naar den
wind opgehaald hebbende, hielden zij het naar
den oever toe. Maar vervallende op eene
plaats, die de zee aan beide zijden had, zetteden
zij het schip daarop; en het voorschip, vast-
zittende , bleef onbewegelijk; maar het achter-
schip brak van het geweld der baren. 42'Ije
raadslag nu der krijgslieden was , dat zij de ge-
vangenen zouden dooden, opdat niemand , ont-
zwommen zijnde, zoude ontvlieden. 43 Maar
de Hoofdman, willende Paulus behouden, be-
lette hun dat voornemen, en beval, dat de-
genen die zwemmen konden, zich eerst zouden
afwerpen, en te lande komen; 44 en de ande-
ren , sommigen op planken , ' en sommigen op
eenige stukken van het schip. En alzoo is het
geschied, dat zij allen behouden aan land geko-
men zijn.
Paulus op Melite {Maltha).
XXVIir'. 1 En als zij ontkomen waren , toen
verstonden zij, dat het eiland Melite heette. 2 En
de barbaren bewezen ons geene gemeene vrien-
delpheid; want een groot vuur ontstoken heb-