Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 87
God , dat het alzoo zyn zal, gelijkerwijs het
mij gezegd is. 26 Docii wij moeten op een ze-
ker eiland vervallen.
Schipbreuk,
27 Als nu de veertiende nacht gekomen was,
alzoo wy in de Adriatische zee herwaarts en der-
waarts gedreven werden , omtrent het midden
des nacits, vermoedden de scheepslieden, da,t
hun eenig land naderde. 23 Un het dieplood uit-
geworpen hebbende, v.onden zij twintig vade-
men , en een weinig voortgevaren zijnde, wier-
pen zij wederom het dieplood uit, en vonden
vijftien vademen, 29 gn vreezende, dat zij er-
gens op harde plaatsen vervallen mogten, wier-
pen zij vier ankers van het achterschip uit , en
wenschten , dat het d?g werd, 30 Maar als de
scheepslieden zochten uit het schip te vliftien,
en de boot nederlieten in de zee, onder den
schijn, als of zij uit het voorschip de ankers
zouden uitbrengen , 31 zeide Pauius tot den
Hoofdman, en tot de krijgsknechten: indien de-
ze in het schip niet blijven, kunt gij niet be-
houden worden. 32 Toen hieuwen de krijgs-
knechten de touwen af van de boot, en lieten
haar afvallen. 33 En ondertusschen dat het dag
zoude worden , vermaande Pauius hun aljen, dat
zij zouden spijs nemen, en zeiJe: het is heden
de veertiende dag, dat gij verwachtende blijft
zonder eten, en niets hebt genomen. 34 Daarom
vermaan ik u spijs te nemen , want dat dient
tot uwe behoudenis; want niemand van u zal
een haar van het hoofd vallen, 35 En als hij
dit gezegd en brood genomen had, dankte hij
God in aller tegenwoordigheid, en hetzelve ge->
broken hebbende, begon hij te eten. En zi-.
f