Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXVllI. 84
Storm op see,
14 Maar niet lang daarna sloeg tegen hetzelve
een stormwind» genoemd Euroklgdon. l^ En
als het schip daarmede weggerukt werd, en niet
kon tegen den wind opzeilen, gaven wij het op ,
en drèven heen. 16 Én loopende onder een ze-
ker eilandeken, genoemd Klaitda, kotiden wij
naauwelijks de boot magtig worden. 17 Dewel-
ke opgehaald hebbende , gebruikten zij alle be-
hulpsèlen, het schip ondergordende; en alzoo
zij vreesden, dat zij op de droogte Syrtis ver-
vallen «ouden ^ streken zij het zeil,.en dreven
alzoo heen. 18 En alzoo wij van het onweder
geweldig geslingerd werden , deden zij den vol-
genden dag eenen uitworp. 19 En den derden
dag wierpen wij, met onze eigene handen, des
schips gereedschap uit. 20 En als noch zon,
noch gesternten verschenen in vele dagen, en
geen kléin onweder ons drukte, zoo werd ons
voorts alle'-hoop van behouden te worden beno-
men. 21 En als men langen tijd zonder eten ge-
weest was, toen stond Paulus op in het mid-
den van hên, en zeide: o mannen! men behoor-
de mij wel gehoor gegeven te hebben, en vaii
Kreta niet afgevaren te zijn, en dezen hinder en
deze schade verhoed
te hebben. 22 Doch als "nu
vetmaan ik ulieden goeds moeds te zijn; want
daar zal geen verlies 'geschiödtn van iemands le-
ven onder u, maaralleen van het schip. 23 Want
dezen zelfden nacht heeft' bij mij gestaan een En-
gel Gods, wiens ik ben, welken ook ik diene;
24 zeggende: vrÉfs niet, Paulu!^.'' gij moet voor
den Keizer gesteld worden, en zie! God heeft
u geschonken allen , die met u varen. 25 Daar-
om, zijt goeds moeds, mannen! want ik geloof