Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXVllI. 83
&
Paulus handelende, liet hem toe tot de vrienden
te gaan, om van hen bezorgd te worden. * En
van daar afgevaren zijnde, voeren wij onder Cy-
prus heen, om dat de winden ons tegen waren.
5 En de zee, die langs Cilicië en Pamfylië is ,
doorgevaren zijnde, kwamen wij aan te Myra in
Lycië. 6 En de Hoofdman, aldaar een.schip ge-
vonden hebbende van Alexandrië, dat naar Ita-
lië veer, deed ons in hetzelve overgaan. ' En
als wij vele dagen langzaam voortvoeren, en
naauwelijkrs tegen over Knidus gekomen waren,
overmits het ons de wind niet toeliet, zoo voe-
ren wij onder Kreta heen, tegen over Salmóne.
8 En hetzelve naauwelijks voorbij zeilende,. kwa-
men wij in eene zekere plaats, genoemd Schoo-
ne Havens, daar de stad Laséa nabij was. 9 En
als veel tijd verloopen, en de vaart nu zorgelijk
was, omdat ook de vaste {de yerzoendag) nu
voorbij was, vermaande ze Paulus, lo en zeide
tol hen: mannen! ik zie, dat de vaart zal ge-
schieden met hinder en groote schade, niet al-
leen van de lading en van het schip , maar ook
van ons leven. Doch de hoofdman geloofde
meer den stuurman en den schipper, dan het
geen van Paulus gezegd werd. 12 En alzoo de
haven ongelegen was om te overwinteren, vond
het meerderdeel geraden, ook van daar te va-
ren , of zij eenigzins te Fenix konden aankomen
om te overwinteren; zijnde eene haven in Kreta;
strekkende tegen het zuidwesten en tegen he'-
noordwesten. En alzoo de zuidewind zach-
telijk waaide, meenden zij hun voornemen ver-
kregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden
zij digt voorby Kreta heen.