Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXVllI. 82
stem: gij raast, Paulus! de groote geleerdheid
brengt u tot razernij! 25 Maar hij zeide•• ik raas
niet, raagtigste Festus! maar ik "spreek woorden
van waarheid, en van een gezond verstand:
26 want de koning weet van deze dingen, tot
welken ik ook, vrijmoedigheid gebruikende,
spreek; want ik geloof niet, dat hem iets van
deze dingen verborgen is, want dit is in geenen
hoek geschied. 27 Gelooft gy, o koning Agrip-
pa! de Profeten? Ik weet, dat gij ze gelooft.
^ En Agrippa zeide tot Paulus: gi) beweegt mij
bijna een Christen te worden. 29 En Paulus
zeide: ik wenschte wel van God, dat, en bijna
en geheellijk, niet alleen gij, maar ook allen,
die mij heden hooren , zoodanigen wierden ge-
lijk als ik ben, uitgenomen deze banden.
30 En als hij dit gezegd had , stond de ko-
ning op, en de Stadhouder, en Bernïce, en die
met hen gezeten waren. 31 En ter zijde ge-
gaan zijnde, spraken zij .tot malkander, zeg-
gende: deze mensch doet niets des doods, of
der banden waardig. 32 En Agrippa zeide tot
Festus: deze mensch kon losgelaten worden,
5ndien hij zich op den Keizer niet had beroepen.
Afreis naar Italië,
XXVil. 1 En als het besloten was, dat wij
raar Italië zouden afvaren , leverden zij Paulus
en eenige andere gevangenen over aan eenen
Hoofdman over honderd, met name Julius, van
de keizerlijke bende. 2 En in een Adramytte-
nisch schip gegaan zijnde, alzoo wij de plaatsen
langs Azië bevaren zouden, voeren wij af, en
Aristarchus, de Macedoniër, van Thessalonika,
was met ons. 3 En des anderen daags kwamen
wij aan te Sidon. En Julius, vriendelijk met