Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 77
de zijnen zou beletten hem te dienen, of tot
hem te komen. 24 En na sommige dagen, Fe-
lix , daar gekomen zijnde, met Drusilla zijne
vrouw, die eene Jodin was, ontbood Paulus,
en hoorde hem van het geloof in Christus.
25 En als hij handelde van regtvaardigheid, en
matigheid, en van het toekomende oordeel, Fe-
lix , zeer bevreesd geworden zijnde, antwoordde:
voor dit maal ga heen, en als ik gelegen tijd
zal hebben bekomen, zoo zal ik u tot mij roe-
pen. 26 En te gelijk ook hopende , dat hem van
Paulus geld gegeven zoude worden, opdat hij
hem losliete; waarom bij hem oók dikmaals ont-
bood, en sprak met hem, 27 Maar als twee ja-
ren vervuld waren, kreeg Felix Porcius Fes-
tus in zijne plaats;' en Felix , willende den Jo-
den gunst bewijzen , liet Paulus gevangen.
Paulus voor Festus.
XXV. 1 Festus dan , in de provincie gekomen
zijnde , ging na drie dagen van Cesaréa op naar
Jeruzalem. 2 En de Hoogepriester, en de voor-
naamsten der Joden verschenen voor hem tegen
Paulus, en baden hem, 3 begeeren3e gunst te-
■ gen hem, opdat hij hem zou doen komen te Je-
rwzalem ; en leggende eene lage, om hem op
den weg om te brengen. 4 Dcch Festus ant-
woordde, dat Paulus te Cesaréa bewaard werd,
en dat hij zelf haast derwaarts zou verreizen;
5 die dan, zeide hij , onder u kunnen , dat zij
mede afreizen , en zoo daar iets onbehoorlijks
in dezen man is, dat zi] hem beschuldigen.
6 En als hij onder hen niet meer dan tien da-
gen overgebragt had, kwam hij af naar Cesa-
róa, en des anderen daags op den regterstoel ge-
zeten zijnde, beval hij, dat Paulus zou voorge-