Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 76
weten, dat het niet meer dan twaalf dagen zijn,
van dat ik ben gekomen, om te aanbidden te Je-
ruzalem. 12 En zij hebben inij noch in den
tempel gevonden tot iemand sprekende, of eeni-
ge zamenrotting des volks makende, noch in de
synagogen, noch in de stad : 13 en zij kunnen
niet bewijzen, waarvan zij mij nu beschuldigen«
14 Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg,
welken zij sekte noemen, den God der vaderen
alzoo diene, geloovende alles, dat in de wet, en
in de'Profeten geschreven is; 15 hebbende hoop
op God, welke deze ook zelve verwachten, dat
er eene opstanding der dooden wezen zal, bei-
de der regt vaardigen en der onregt vaardigen.
16 En hierin oefene ik mij zeiven, om altijd ée-
né onergerlijke conscientie te hebben bij God en
de menschen. 17 Doch na vele jaren ben ik ge-
komen, om aalmoezen te doen aan mijn volk,
en offeranden. 18 Waarover mij gevonden heb-
ben, geheiligd zijnde, in den tempel, niet met
volk, noch met beroerte, eenige Joden uit A-
zië , 19 welke behoorden hier voör u tegen-
wöordig te» zijn , en mij te beschuldigen, in-
dien zij iets hadden tegen mij. 20 of dat deze
zelve zeggen, of zij eenig onregt in mij gevon-
den hebben, als ik voor den Raad stond; 21 dan
dat eenig woord, hetwelk ik riep staande onder
hen: over de opstanding der dooden word ik he-
den van ulieden geoordeeld ! 22 Toen nu Fe-
lix dit gehoord had, stelde hij ze uit, zeggen-
de : als ik nader wetenschap van dezen weg zal
hebben, wanneer Lysias, de Overste zal afge-
komen zijn, zoo zal ik volle kennis nemen van
uwe zaken. 23 En hij beval den Hoofdman o-
ver honderd, dat Paulus zoude bewaard worden
en verligting hebben, en dat hij niemand van