Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 77
zijn. En hij beval, dat hij in het Regthuis van
Herodes zoude bewaard worden.
Paulus voor Felix.
XXIV. 1 En vijf dagen daarna kwam de Hoo-
gepriester Ananias af met de Ouderlingen en
eenen zekeren Voorspraak, genoemd Tertullus,
welke verscheen voor den Stadhouder tegen Pau-
lus. 2 En als hij geroepen was, begon Tertul-
lus hem te beschuldigen , zeggende: 3 dat wij
grooten vrede door u bekomen, en dat vele lof-
felijke diensten dezen volke geschieden door uwe
voorzigtigheid, raagtigste Felix! nemen wij gan-
schelqk en overal met alle dankbaarheid aan.
4 Maar opdat ik u niet lang ophoude, ik bid u,
dat gij ons, naar uwe bescheidenheid, kortelijk
hoort l 5 Want wij hebben dezen man bevon-
den te zijn eene pest, en eenen, die oproer ver-
wekt onder al de Joden, door de gansche we-
reld , en eenen oppersten voorstander van de
sekte der Nazarenen. 6 Die ook gepoogd heeft
den tempel te ontheiligen, welken wij ook ge-
grepen hebbèn, en naar onze wet hebben wil-
len oordeelen. ^ Maar Lysias , de Overste, daar
over komende, heeft hem met groot geweld uit
onze handen weg gebragt; 8 gebiedende zijnen
beschuldigers tot u te komen; van welke gij
zelf, hem onderzocht hebbende , zult kunnen
verstaan al het geen, waarvan wij hem beschul-
digen. 9 En ook de Joden sterreden het toe,
zeggende, dat deze dingen alzoo waren.
10 Maar Paulus , als hem de Stadhouder ge-,
wenkt had, dat hij zou spreken , antwoordde : de-
wijl ik weet, dat gij nu vele jaren over dit volk
Regter geweest zijt, zoo verantwoorde ik mij
zeiven met des te beteren moed : H alzoo gij kunt