Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIH. 72
dooden geoordeeld! ' En als hij dit gesproken
had, ontstond daar tweedragt tusschen de-Pari-
zeen en Sadduceën > en de menigte werd verdeeld.
8 Want de Sadduceën zeggen, dat er geene op-
standing is, noch Engel, noch geest; maar de
Farizeën belijden het beide. 9 En daar geschied-
de een groot geroep, en de Schriftgeleerden van
de zijde der Farizeën stonden op , en streden,
zeggende : wij vinden geen kwaad in dezen
mensch! En indien een geest tot hem gespro-
ken heeft, of een Engel, laat ons tegen Gcfd
niet strijden! En als er groote tweedragt ont-
staan was, de Overste, vreezende, dat Paulus
van hen verscheurd mögt worden, gebood, dat
het krijgsvolk zou afkomen, en hem uit het
midden van hen wegrukken, en in de legerplaats
brengen. H En den volgenden nacht stond de
Heer bij hem , en zeide : heb goeden moed , Pau-
lus! want gelijk gij te Jeruzalem van mij betuigd
hebt, alzoo moet gij ook te Rome getuigen.
Zamenswering tegen Paulus.
En als het dag geworden was, maakten
sómmigen van de Joden eene zamenrotting, en
vervloekten zich.zelve, zeggende: dat zij noch
eten, noch drinken zouden, tot dat zij Paulus
zouden gedood hebben. 13 En zij waren meer
dan veertig, die dezen eed te zamen gedaan had-
den. 1* Dewelke gingen tot de Overpriesters en
de Ouderlingen, en zeiden: wij hebben ons zel-
ve met vervloeking vervloekt, niet te zullen
nuttigen, tot dat wij Paulus zullen gedood heb-
ben. 15 Gij dan nu, laat den Overste weten ,
met den Raad, dat hij hem morgen tot u af-
brenge, als of gij nader kennis zoudt nemen>an
zijne zaken; en wij zijn bereid hem om te bren-