Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
S Hand. XXI7. 69
is , en de geheele Raad der Ouderlingen, van
welken ik ook brieven genomen hebbende tot de
broeders, ben naar Damaskus gereisd, om ook
degenen, die daar waren , gebonden te brengen
naar Jeruzalem, opdat zij gestraft zouden wor-
den. 6 Maar het geschiedde mij, als. ik reisde,
en Damaskus genaakte, omtrent den middag,
dat snellijk, uit deri hemel, een groot licht mij
rondom omscheen. ^ I^n ik viej ter aarde, en
ik hoorde eene stem, tot mij zeggende : Saul,
Saul! wat vxrvolgt gij mij ? 8 En ik antwoord-
de : wie zijt gij, Heere? En hij zeide tot mij:
ik ben Jezus de Nazarener, welken gij vervolgt.
9 En die met mij waren zagen wel het licht, en
^werden zeer bevreesd; maar de stem desgenen,
die tot mij sprak, hoorden zij niet. En ik
zeide: Heere! wat zal ik doen? En de Heer
zeide tot mij: sta op, en ga heen naar Damas-
kus , en aldaar zal met u gesproken worden van
al het geen, dat u geordineerd is te doen. H En
als ik van wege de heerlijkheid deszelven lichts
niet zag, zoo werd ik b'ij de hand geleid van
degenen , die met mij waren , en kwam te Da-
maskus. 12 En een zekere Ananias, een 'god-
vruchtig man naar de wet, goede getuigenis heb-
bende van al de Joden, die daar woonden,
13 kwam tot rnij, en bij mij staande, zeide tot
mij: Saul, broeder! word weder ziende! en
terzelfder ure werd ik ziende .op hem. 14 Ei^
hij zeide: de God onzer vaderen heeft u te vo-
ren verordineerd om zijnen wil te kennen, en
den regtvaardige te;zien, en de stem uit zijnen
mond te hooren. 15 Want gij zult hem getuige
zijn bij alle menschen, van het geen gij gezien
en gehoord hebt. 16 Eh nu, wat vertoeft gij?
Sta op, en laat u doopen, en uwe zonden af-