Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ilatul. XX. 63
de verkondigd, en ii fgelecrd hebben, in het
openbaar en bij de huizen ; 21 betuigende ,
beiden' Joden en Grieken, de bekeering tot
God, en het geloof-in onzen Heer Jezus Chris-
tus. 22 En nu ziet, ik, gebonden zijnde door
den Geest , reis naar Jeruzalem , niet weten-
de, wat mij daar ontmoeten zal; 23 dan dat
de Heilige Geest van stad tot stad betuigt, zeg-
gende^ dat mij .banden en verdrukkingen aan-
staande zijn. 24 Maar ik achte op geen ding,
noch boude mijn lev^n niet dierbaar voor mij
zeiven, opdat ik mijnen loop met blijdschap mag
volbrpgen, en de dienst, welke ik van den
Heer Jezus ontvangen heb, om te betuigen het
Evangelie der genade'Gods. 25 En nu ziet, ik
weet dat gij allen , daar ik doorgegaan ben, pre-
dikende het koningrijk Gods , mijn aangezigt niet
rneer zien zult. 26 Daarom betuig ik ulieden
op dezen huidigen dag, dat ik rein ben van het
bloed van u allen. 27 Want ik heb niet achter-
gehouden , dat^k u niet zou verkondigd hebben
al den raad Gods. 28 Zoo hebt dan acht op u
zelve, en -op de geheele kudde , over welke u
de Heilige Geest tot Opzieners gesteld heeft,
om de gemeente Gods te weiden, welke hij ver-
kregen heeft door zijn eigen bloed. 29 Want dit
weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot
u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.
En uit u zelve zullen mannen opstaan, spre-
kende verkeerde dingen, om de discipelen af te
"trekken achter zich. 31 Daarom waakt! en ge-
denkt, dat ik drie jaren lang, nacht en dag,
niet opgehouden heb, een' iegelijk met tranen te
vermanen. 32 En nu, broeders! ik beveel u
God'e , en den woorde zijner genade, die magtig
is u op te bouwen, èn u een erfdeel te geven