Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 60
Ingaan, lieten het hem de discipelen niet toe.
31 En sommigen ook der Oversten van Azië ,
die zijne vrienden waren , zonden tot hem, en
baden, dat hij zich zelf op de schouwplaats niet
zou begeven. 32 zij riepen dan, de ééne dit, de
andere wat anders; want de vergadering was
verward, en de meesten wisten niet, om wat
oorzaak zij te zamen gekomen waren. 33 En zij
deden Alexander uit de schaar voortkomen;- al-
zoo hem de Joden voortstieten. En Alexander ,
gewenkt hebbende met de hand, wilde bij het
volk verantwoording doen. 34 Maar als zij ver-
stonden, dat hij een Jood was , werd daar eene
stem van allen , roepende omtrent twee uren
lang: groot is de Diana der Efeseren! 35 En
als de stads-schrijver de schare gestild had, zei-
de hij: gij mannen van Efese! wat mensch is
er toch, die niet weet, dat de stad der Efeseren
is de kerkbewaarster van de groote godin Diana,
en van het beeld, dat uit den hemel gevallen
is. 36 Dewijl dan deze dingen onwedersprekelijk
^ijn, zoo is het behoorlijk , dat gij stil zijt, en
niets onbedachts doet. 37 Want gij hebt deze
mannen hier gebragt, die noch kerkroovers zijn,
noch uwe godin lasteren. 38 indien dan nu De-
metrius, en die met hem van de kunst zijn , te-
gen iemand eenige zaak hebben, de regtdagen
worden gehouden, en daar zijn Stadhouders,
laat ze malkander verklagen. 39 En indien gij
iets van andere dingen verzoekt, dat zal in eene
wettelijke vergadering beslecht worden. 40 Want
wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen
verklaagd worden, om den dag van heden, al-
zoo daar geene oorzaak is , waardoor wij reden
zullen kunnen geven van dezen oploop. En dit
gezegd hebbende , liet hij de vergadering gaan.