Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XVin. 85
den Joden, dat Jezns is de Christus. 6 Maar als
zij wederstonden en lasterden, schudde hij zijne
kleederen af, en zeide tot hen: uw bloed zij
op uw hoofd! ik ben rein; en van nu voortaan
zal ik tot de heidenen heengaan. ' En van daar
gegaan zijnde , kwam hij in het huis van eenen
man, met name Justus, die God dienije, wiens
huis paalde aan de synagoge. 8 En Crispus , de
Overste der synagoge, geloofde aan den Heer
met geheel zijn huis; en velen van de Korinthi-
ërs, hem hoorende, geloofden en werden ge-
doopt. 9 En de Heer zeide tot Paulus door een
gezigt in den nacht: wees niet bevreesd, maar
spreek, en zwijg niet! Want ik ben met u,
en niemand zal de hand aan u leggen om u
kwaad te doen; want ik heb veel volks in deze
stad. II En hij onthield zich aldaar één jaar en
zes maanden, leerende onder hen het woord
Gods. 12 Maar als Gaüio Stadhouder van Acha-
je was, stonden de Joden eendragtelijk tegen
Paulus op, en bragten hem voor den regterstoel,
13 zeggende : deze raadt den menschen aan, dat
zij God zouden dienen tegen de wet. 14 En als
Paulus zijnen mond zoude open doen, zeide
Gallio tot de Joden: zoo daar eenig ongelijk of
kwaad stuk begaan was , o Joden! zoo zou ik
met reden ulieden -verdragen. 15 Maar indien
daar geschil is over een woord, en namen, en
over de wet, die onder u is , zoo zult gij zelve
toezien; want ik wil over deze dingen geen reg-
ter zijn. 16 En hij dreef ze weg van den reg-
terstoel. 17 Maar al de Grieken namen Sosthe-
nes, den Overste der Sijnagoge , en sloegen
hem voor den regterstoel^ en Gallio trok zich
geen van deze dingen aan.