Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 55
hem op de plaats , genoemd Areöpagus, zeggen»'
de: kunnen wij niet weten, welke deze nieuwe
leer is , daar gij van spreekt ? 20 Want gij brengt
eeni^^i^ vreemde dingen voor onze ooren; wij wil-
len dan weten , wat toch dit zijn wil. (21 Die
^van Athene nu allen, 'en de vreemdelingen, die
zich daar onthielden, besteedden hunnen tijd tot
niets anders, dan om wat nieuws te zeggen en
te hooren.)
Redecoering op den Areöpagus.
22 En Paulus, staande in het midden van de
plaats, genoemd Areöpagus, zeide: gij mannen
van Athene! ik bemerk dat gij allezins gelijk als
godsdiensiiger {overgodsdienstig) zijt. 23 vV^ant de
stad doorgaande, en aanschouwende uwe heilig-
dommen , heb ik ook eenen altaar gevonden, op
welken een opschrift stond: den onbekenden God.
Dezen dan, dien gij, niet kennende, dient, verkon-
dig ik uiieden. 24 [je God, die de wereld gemaakt
heeft en alles, dat er in is. Deze, zijnde een
Heer des hemels en der aarde, woont niet in
tempelen, met handen gemaakt. 25En wordt ook
van menschen handen niet gediend, als iets be-
hoevende, alzoo Hij zelf allen het leven, den
adem, en alle dingen geeft. 26 En heeft uit éé-
nen bloede het gansche geslacht der menschen
gemaakt, om op den geheelen aardbodem te wo-
nen , bescheiden hebbende de tijden, te voren
geordineerd, en de bepalingen van hunne wo-
ningen. 27 Opdat zij den Heer zouden zoeken, of
zij hem immers tasten en vinden mogten; hoe-
wel Hij niet ver is van een' iegelijk van ons.
28 Want in hem leven wij, en bewegen ons, en
zijn wij, gelijk ook eenigen van uwe Poëten ge-
zegd hebben: want wij zijn ook zijn geslacht.