Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 42
liggende land; 7 en verkondigden aldaar het E-
vangelie.
Genezing van eenen kreupele te Lyslre.
8 En een zeker man te Lystre zat onmagtig
aan de voeten , kreupel zijnde, die nooit had ge-
w^andeld. 9 Deze hoorde Paulus spreken; wel-
ke de oogen op hem houdende, en ziende, dat
hij geloof had, om gezond te worden, lo zeide
met groote stem: sta regt op uwe voeten! En
hij sprong op, en wandelde, n En de scharen,
ziende het geen Paulus gedaan had, verhieven
hunne stemmen , en zeiden in het Lykaönisch :
de Goden zijn den menschen gelijk geworden,
en tot ons neder gekomen ! 12 fjn zij noemden
Barnabas Jupiter, en Paulus Merkurius, omdat
hij het woord voerde. En de Priester van
Jupiter, die vóór hunne stad was, als hij .ossen
en kransen aan de voorpoorten gebragt had, wil-
de hij oiferen met de sciiaren. Maar de A-
postelen Barnabas en Paulus , dat hoorende,
scheurden hunne kleederen, en sprongen onder
de schare , roepende , 15 en zeggende : mannen!
waarom doet gij deze dingen? Wij zijn ook
menschen van gelijke bewegingen als gij ! en
verkondigen uiieden, dat gij u zoudt van deze
ijdele dingen bekeeren tot den levenden God,
die gemaakt heeft den hemel, en de a^rde, en
de zee, en al het geen in dezelve is. 16 Wel-
ke, in de verledene tijden, alle heidenen heeft la-
ten wandelen in hunne wegen; 17 hoewel Hij
nogtans zich zeiven niet onbetuigd gelaten heeft,
goed doende vin den hemel, ons regen en.vrucht-
bare tij-ien gevende, vervullende onze iiarten met
spijs en vrolijkheid. 18 En dit zeggende, weder-
hieklen zij naauvvelijks de scharen, dat zij hun