Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 37
scheidde de Engel van hem. n En Petrus, tot
zich zelven gekomen zijnde, zeide: nu weet ik
Avaarachtiglijk , dat de Heer zijnen Engel uitge-
zonden heeft, en mij verlost heeft uit de hand
van Herodes, en uit al de verwachting van het
volk der Joden. 12 En als hij alles overlegd
had, ging hij naar het huis van Maria, de moe-
der van Johannes, die toegenoemd was Markus,
alwaar velen te zamen vergaderd en biddende
waren. 13 En als Petrus aan de deur van de
voorpoort klopte, kwam eene dienstmaagd voor,
om te luisteren, met name Rode. l* En zij,
de stem van Petrus bekennende, deed van blijd-
schap de voorpoort niet open , maar liep naar
binnen en boodschapte, dat Petrus voor aan de
voorpoort stond. 15 En zij zeiden tot haar: gij
raast! Doch zij bleef er sterk op, dat het al-
zoo was. En zij zeiden: het is zijn Engel !
16 Maar Petrus bleef kloppende; en als zij open
gedaan hadden, zagen zij hem , en ontzetteden
zich. 17 En als hij hun met de hand gewenkt
had, dat zij zwijgen zouden, verhaalde hij hun,
hoe hem de Heer uit de gevangenis uitgeleid had.
En hij zeide: boodschapt dit aan Jakobus en de
broederen. En hij, uitgegaan zijnde, reisde
naar eene andere plaats. 18 En als het dag ge-
worden was, was er geene kleine beroerte on-
der de krijgsknechten, wat toch aan Petrus mogt
geschied zijn. 19 En als Herodes hem gezocht
had, en niet vond, en de wachters regterlijk on-
dervraagd had, gebood hij, dat zij weggeleid
zouden worden. En hij vertrok van Judea naar
Cesaréa , en hield zich aldaar.
Dood tan Herodes.
20 En Herodes had in den zin, tegen de Ty-
3*