Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 34
koning Herodes de handen aan sommigen van dc
gemeente, om die kwalijk te behandelen. 2 Er
hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes,
met het zwaard.
Gevangenneming en verlossing van Petrus,
3 En toen bij zag, dat het den Joden behage-
lijk was, voer hij voort, om ook Petrus te van-
gen En het waren dc dagen der bngeiievelde
brooden. 4 Denwelken ook gegrepen hebbende,
hij in de gevangenis zette , en gaf hem over aar
vier wachten, eik van vier krijgsknechten, om
hem te bewaren, willende, na het Paasch-feest,
hem voorbrengen voor het volk. 5 Petrus dan
weid in de gevangenis bewaard ; maar van de
gemeente werd een gedurig gebed tot God voor
hem gedaan. 6 Toen hem nu Herodes zou voor-
brengen , sliep Petrus dienzelfden nacht tusschen
twee krijgsknechten , gebonden met twee kete-
nen ; en de wachters voor de deur bewaarden de
gevangenis. ' En ziet, een Engel des Heeren
stond daar, en een licht scheen in de woning;
en slaande de zijde van Petrus , wekte hij hem
op, zeggende; sta haastelijk opJ En zijne kete-
nen vielen af van de handen. 8 En de Engel
zeide tot hem: omgord li, en bind uwe schoen-
zolen aan! En hij deed alzoo. En hij zeide tot
hem: werp uwen mantel om, en volg mij.
9 En uitgaande, volgde hij hem; en wist niet,
dat het waarachtig was, het geen door den En-
gel geschiedde; maar hij meende, dat hij een
gezigt zag. En als zij door de eerste en
tweede wacht gegaan waren, kwamen zij aan de
ijzeren poort, die naar de stad leidt, dewelke
van zelve hun geopend werd. En uitgegaan zijn-
de, gingen zij ééne straat voort; en terstond