Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 32
maal; en alles werd wederom opgetrokken in
den hemel. H En ziet, ter zelfder ure, stonder
er drie mannen voor het huis, daar ik in was,
die van Cesaréa tot mij afgezonden waren. 12 En
de Geest zeide tot mij, dat ik met hen zou
gaan, niet twijfelende. En met mij gingen ook
deze zes broeders, en wij zyn in 's mans huis
ingegaan. 13 En hij heêft ons verhaald hoe hij
eenen Engel gezien had, d'e in zijn huis stond,
en tot hem zeide: zend mannen naar Joppe, en
ontbied Simon, .die toegenoemd is Petrus,
14 die woorden tot u zal spreken, door welk?
gij pit zalig worden, en al uw huis. 15 En
als ik begon te spreken, viel de Heilige Geest
op hen, gelijk ook op ons in het begin 16 En
ik werd indachtig aan het woord des Heeren,
hoe hij zeide: Johannes doopt wel met water;
maar gijlieden zult gedoopt worden met den Hei-
ligen Geest. 17 indien dan God hun even gelij-
ke gaven gegeven heeft als ook ons, die in den
Heer Jezus Christus geloofd hebben, wie was
ik toch. die God kon werenï 18 En als zij
dit hoorden, waren zij tevreden, en verheer-
Igkten God, zeggende: zoo heeft dan God ook
den Heidenen de bekeering gegeven ten leven!
Stichting der gemeente te Antiochië door Barnnbas
en Paulus.
19 Degenen nu, die verstrooid waren , door
de verdrukking, die over Stéfanus geschied was,
gingen het land door tot Fenicië toe , en Cy-
prus, en Antiochië, tot niemand het woord spre-
kende, dan alleen tot de Joden. 20 Kn daar wa-
ren eenige Cyprische en Cyreneïsche mannen
uit hen, welke, te Antiochië gekomen zijnde,
spraken tot de Grieksche, verkondigende den