Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 31
werd; want zij hoorden hen spreken met
vreemde talen , en God groot maken.
Toen antwoordde Petrus: 47 kan ook ieinand
het water weren, dat deze niet gedoopt zouden
worden, welke den Heiligen Geest ontvangen
hebben , gelijk als ook wij ? 48 En hij beval ,
dat zij zouden, gedoopt worden in den naam des
Heeren. Toen baden zij hem, dat hij eenige da-
gen, bij hen wilde blijven.
Petrus verantwoordt zich te Jeruzalem, over het
voorgevallene-te Cesaréa,
XI. 1 De Apostelen nu, en de broeders, die
ia Judea waren, hebben gehoord, dat ook de
Heidenen het woord Gods aangenomen hadden.
2 En toen Petrus opgegaan was naar Jeruzalem ,
twisttgn tegen hem degenen, die uit de besnij-
denis waren, 3 zeggende: gij zijt ingegaan tot
mannen, die onbesneden zijn, en hebt met hen '
gegeten. 4 Maar Petrus beginnende, verhaalde
het hun vervolgens, zeggende: 5 ik was in|de
stad Joppe biddende , en zag in eene vertrekking
van zinnen een gezigt, namelijk een zeker vat,
gelijk een groot linnen laken, nederdalende, bij
de vier hoeken nedergelaten uit den hemel, en
kwam tot bij mij. 6 Op welk laken als ik de
oogen hield, zoo merkte ik, en zag de viervoe-
tige dieren der aarde, en de wilde en kruipende
dierL-n, en de vogelen des hemels. ^ En ik hoor-
de eene stem , die tot mij zeide: sta op, Petrus !
slagt en eet! 8 Maar ik zeide: geenszins, Heere!
want nooit is iets, dat gemeen of onrein was,
in mijnen mond ingegaan! 9 Docli de stem ant-
woordde mij ten tweeden male uit den hemel:
het geen God gereinigd heeft, zult gij niet ge-
meen maken. " lo En dit geschiedde tot drie-