Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 29
dan ingeroepen had, ontving hij ze in huis;
doch des anderen daags ging Petrüs met hen
heen, en sommigen der broederen, die van Jop«
pe waren, gingen mef hem. 24 En des andéren
daags kwamen zij te Cesaréa, en Kornelius ver-
wachtte hen, te zamen geroepen hebbende die
van zijne maagschap en bijzonderste vrienden.
25 En als het geschiedde dat Petrus inkwam,
ging hem Kornelius te gemoet, en vallende aan
zijne voeten, aanbad hij. 26 Maar Petrus rigt-
te hem op, zeggende: sta op, ik ben ook zelf
een mensch. 27 En met hem sprekende, ging
hij in, en vond er velen, die te zamen gekomen
waren. 28 En hij zeide-tot hen: gij weet, hoe
het eenen Joodschen man ongeoorloofd is, zich
té voegen, of te gaan tot eenen vreemde; doch
God heeft mij getoond, dat ik geen mensch zou-
de gemeen of onrein heeten. 29 Daarom ben ik
ook zonder tegenspreken gekomen, ontboden
zijnde; zoo vraag ik dan, om wat reden gijlie-
den mij hebt ontboden? 30 En Kornelius zei-
de: vóór vier dagen was ik vastende tot deze
ure toe, en ter negende ure bad ik in mijn huis;
31 en^ziet, een man stond voor mij in een blin-
kend kleed, en zeide: Kornelius 1 uw gebed is
verhoord, en uwe almoezen.zijn voor God ge-
dacht geworden. 32 Zend dan naar Joppe, en
ontbied Simon, die toegenoemd wordt Petrus,
deze ligt te huis , in het huis van Simon, den
leder-bereider aan de zee, welke, hier gekomen
zijnde, zal tot u spreken. 33 Zoo heb ik dan
van stonden aan tot u gezonden, en gij hebt
wel gedaan, dat gij hier gekomen zijt. Wij zijn
dan allen nu hier tegenwoordig voor God, om
te hooren al het geen u van God bevolen is.
34 En Petrus, den mond open doende, zei-