Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. Vni. ' 22 ■
geregtighéid. 24 Doch Simon, antwoordende ,
zeidej bidt gijlieden voor fnij tot den Heer, op-
dat niets over mij liome van het geen gg gezegd
hebt. 25 Zij dan nu, als zij het woord des
Heeren betuigd en gesproken hadden, keerden
wederom naar Jeruzalem, en verkondigden het.
Evangelie in vele vlekken der Samaritanen.
Do kamerling.
26 En een Engel des Heeren sprak tot Filip-
pus,- zeggende: sta op en ga heen tegen liet zui-
den op den weg, die van Jeruzalem afdaalt naar
Gaza. 27 En hij stond op , en ging heen , en
zief> een Moorman, een kamerling, en een mag-
tig heer van Kandacé, de koningin der Mooren,
die over al "haren schat wSs,- welke was geko-
men om te aanbidden te Jeruzalem, 28 keerde
wederom, en zat op zijnen wagen, en las den
Profeet Jesaja. 29 En de Geest zeide tot Filip-
pus: ga toe, en voeg u bij dezen wagen. 30 En
Filippus liep toe, en hoorde hem den Profeet
Jesaja lezen, en zeide: verstaat gij ook, het
geen gij leest ? 31 En hij zeide , hoe zoude ik
toch kunnen, zoo mQ niet iemand onderrigt?
En hij bad Filippus, daf hij op zoude komen,
en bij hem zitten. 32 En de plaats der Schrift,
die hij las, was deze: hij is gelijk een schaap
ter slagting geleid, en gelijk een lam stemmeloos
is voor dien, die het scheert, alzoo doet hij zij-
nen mond niet open. 3i En de kamerling ant-
woordde Filippus, en zeide: ik bidu, van wien
zegt de Profeet dit? van zich zeiven, of van
een' andere? 35 En Filippus deed zijnen mond
open, en beginnende van die zelfde Schrift, ver-
kondigde hem Jezus. 36 En alzoo zij over weg
reisden, kwamen zij aan een zeker water; En