Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 19
den; en hem aanvallende, grepen zij hem, en
leidden hem voor den Raad. 13 En stelden val-
sche getuigen, die zeiden: deze mensch houdt
niet op lasterlijke woorden te spreken tegen de^
ze heilige plaats en de 'wet. 14 Want wij heb-
ben hem hooren zeggen, dat deze Jezus de
Nazarener, deze plaats zal verbreken, en dat
hij de zeden veranderen zal, die ofts Mozes o-
vergeleverd heeft. 15En allen, die inden Raad
zaten, de oogen op hem houdende, zagen" zijn
aangezigt als het aangezigt eens Engels.
VII. 1 En de Hoogepriester zeide: zijn dan
deze dingen alzoo ? 2a .En hij zeide: 51 Gij
hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oo-
ren! gij v/ederstaat altijd den Heiligen Geest; ge-
lijk uwe vaders, alzoo ook gij! 52 Wie van dc
Profeten hebben-uwe vaders niet vervolgd? en
zij hebben gedood degenen, die te voren ver-
kondigd hebben de komst des Regtvaardigen,
van welken gijlieden nu verraders en moorders
geworden zijt. 53 Gij, die de wet ontvangen
hebt door de bestelling der Engelen, en.hebt
ze niet gehouden.
54 Als zij nu dit hoorden, bersteden hunne
harten err-^zij knersten de tanden tegen hem.
54 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes,
en de oogen houdende naar den hemel, zag de
heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter regter-
hand Gods. 56 En hij zeide: ziet, ik zie de
hemelen geopend, en den Zoon des menschen,
staande ter regterhand Gods. 57 Maar zij , roe-
pende met groote stemme, stopten hunne oo-
ren en vielen eendragtelijk op hem aan. 58 En
wierpen hem ter stad uit, en steenigden hem;
en de getuigen leiden hunne kleederen af aan de
voeten eens jongelings, genoemd Saulus. 59 En
2 *