Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 17
de hem aan het hout. 31 Dezen heeft God door.
zijne regterhand verhoogd tot eenen Vorst ^
Zaligmalcer, om Israël te "geven bekeering, en
vergeving der zonden. 32 En wij zijn zijne ge-
tuigen van deze woorden; en ook de Heilige
Geest, v,?elJcen God gegeven heeft dengenen, die
Hem gehoorzaam zijn. 33 Als zij nu dit hoor»
denberstede hun het hart, ^n zij hielden raad
om hen te dooden.
Gamaliël.
34 Maar een zeker Farizeër stond op in den
Raad, met name Gamaliël, een leeraar der wet,
in waarde gehouden bij al het volk, en gebood,
dat men de Apostelen een weinig zou doen bui-
ten staan. 35 Kn hij zeide tot hen: gij Israëli-
sche mannen! 38 houdt af van deze menschen , en
laat ze gaan; want indien deze raad, of dit werk
uit menschen is, zoo zal het gebroken worden.
39 Maar indien het uit God is, zoo kunt gij
het niet breken, opdat gij niet misschien gevon-
den wordt ook tegen God te strijden. 40 (in zij
gaven hem gehoor. En als zij de Apostelen tot
zich geroepen hadden , geeselden zij dezelve, en
geboden hun, dat zij niet zouden spreken in
den naam van Jezu , en lieten ze gaan. 41 2ij
dan gingen heen van het aangezigt des Raads,
verblijd zijnde, dat zij waren waardis^geacht ge-
weest, om zijns naams wil smaadheid te lijden.
42 En zij hielden niet op, alle dagen, in den
tempel, en bij de huizen te leeren, en Jezus
Christus te verkondigen.
Aanstelling van Diahenen.
VI. 1 En in dezelfde dagen, als de discipelen
vermenigvuldigden, ontstond er eene murmure«
9. St. " 2