Boekgegevens
Titel: Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Deel: 9e stukje Geschiedenissen uit de Handelingen der apostelen, beschreven door Lukas
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutpen: W.J. Thieme, 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2701
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202640
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsch leesboek: bevattende een uittreksel der geschiedenissen, voorkomende in de boeken des O. en N. verbonds, woordelijk overgenomen uit de gewone vertaling des bijbels
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hand. XXIII. 14
Geest, tot hen: gy Oversten des volks, en gy
Ouderlingen Israels! 9 Alzoo wij heden regter-
lijk onderzocht worden over de weldaad , aan een
krank mtnsch geschied, waar door hij gezond
geworden is; io^qo zij het u allen kennelijk,
en den ganschen volke Israels, dat door den
naam van Jezus Christus den Nazarener, dien
gij gekruist hebt, welken God van de dooden
heeft opgewekt; door hem , zeg ik, staat deze
hier voor u gezond! n Deze is de steen, die
vanu, de bouwlieden, veracht is, welke tot een
hoofd des hoeks geworden is. 12 En de zalig-
heid is in geenen andere; want daar is ook on-
der den hemel geen andere naam , die onJer de
menschen gegeven is , door welken wij moeten
zalig worden. 13 Zij nu , ziende de vrijmoedig-
heid van Petrus én Johannes, en vernemende,
dat zij ongeleerde en slechte. mcnschen
waren , verwonderden zich, .en kenden hen , dat
zi) met Jezus geweest waren'. 14 En ziende den
mensch bij hen staan, die genezen was, had-
den zij niets daar tegen te zéggen. 15 En hun
geboden hebbende uit te gaan buiten den Raad,
overleiden zij met malkander,zeggende: wat
zulhn wij dezen menschen doenV want dat er
een bekend teeken door hen geschied is, is o-
penbaar allen , die te Jeruzalem wonen, en wij
kunnen het niet loochenen. 17 Maar opdat het
niet meer en meer onder het volk verspreid wor-
de ; laat ons hun scherpelijk dreigen, dat zij niet
meer tot eenig mensch jn dezen naam spreken.
18 En als zij ze geroepen hadden, zeiden zij hun
aan, dat zij ganschelijk niet zouden spreken,
noch leeren in den naam van Jezus. 19 Maar
Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot
hen: oordeelt gij, of het regt is voor God, u-