Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
De ka chel kan naar den zol der.
De bloe men heb ben zich nog al la ten
wach ten. Wij dach ten, dat Mei niet kwam.
Wij koch ten al vroeg een strooi en hoed. Wij
zoch ten voor mij den mooi sten uit; van
bruin ach tig stroo.
De knecht van den slach ter bracht net
vleesch. Hij lachte om mij, en zei: „prach-
tig, prachtig! üw hoed staat kluchtig!"
Maar ik stoor de mij niet aan hem.
Ik zal mijn strooi en hoed toch dra gen.
Hij is wat luch tig.
Zie, de boo men bloeien! Wij krijgen
ze ker ve Ie vruch ten. De mei bloem pjes zijn
door de wei de ge strooid. De schaap jes sche-
ren de vel den.
De zwa lu wen zijn al ge ko men. De ooi e-
vaar zit al op zijn paal. Welkom, lieve 1 jen te!
In 't voorjaar.
Als 'kin 't voor jaar buiten dwaal,
Hoor ik vink en nach te gaal
Bli] de lied jes zin gen.
Zie 'k het lam me tje in de wei,
Ea de vogels vrij en hlij
In de tak ken sprin gen.