Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
kort haar. Het haar van zijn staart en aan
zijn hals is lang. Hoe heet dat haar aan den
hals?
Dit paard is tam en niet wild. Zie, de
hond brengt het naar de wei. De hond is
zijn vriend. Hij slaa])t bij hem in den stal.
Men vindt ook paar den in het wild. Men
vangt die wilde paarden, en temt ze. Wat
is dat?
Als het paard tam is, kan het veel lee ren.
Men 8])ant het voor den ploeg, de kar, de slee
en voor een schip. Welk werk doet een paard
nog meer ?
Het Y)aard draaft, springt, stapt en holt.
Hoe doet het dan? Is het goed, dat een paard
holt? Waar zit de hoef van het paard? Wat
zit daar wel onder? Wie heeft er dat onder
gemaakt? Wat eet een paard?
Nog iets van het paard.
Een paard is een fraai dier. Wan neer het
gee ne ge bre ken heeft, is het veel geld waard.
Als het jong en schoon is, wordt het door
rij ke men schen ge kocht. Dan loopt het prach-
tig op ge tuigd voor een sier lijk wa gen tje.