Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
„Kom, bij tje lief," sprak Ernst, „praat wat
met mij." Maar het bij tje ant woord de: „Ik
heb geen tijd, soem, soem; ik heb het veel te
druk. Ik moet mijn korf met ho nig vul len.
Wees ge groet, ik ga aan 't werk."
Toen kwam een vo gel in den struik naast hem.
„Ha, lief vo gel tje," sprak Ernst, „zing eens
u we mooi ste lied jes voor mij." Maar het
beestje antwoordde: „Ik heb geen tijd, man-
ne tje! Piet, piet! Ik moet voed sei voor
mij ne jon gen zoe ken. Die wach ten op mij
ginds in hun nest. Wees ge groet, ik ga aan
't werk."
Toen kwam een hond langs hem loo pen.
„Wacht even," sprak Ernst, „kom wat bij mij
pra ten, en loop niet zoo met haast." „Ik heb
geen tijd," ant woord de de hond. „Wouw, wouw!
Ik heb het druk. Ik moet op de scha pen
pas sen. Wees ge groet, ik ga aan 't werk."
Toen be gon ons ven tje na te den ken.
Hij dacht: als elk moet wer ken, dan mag
ik toch niet lui zijn. Hij stond op en sprong
vol vlijt naar huis.
In het ver volg ging Ernst met lust en
vreugd naar school. Hij heeft daar al tijd tiink
ge werkt en. is een knap mensch ge wor den.