Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
het ge weer, en pief, poef, paf, daar ligt ons
haasje dood.
Fi laks snelt dan naar de plaats, waar het
wild |ligt. Hij neemt het in den bek, en
sleept het naar zijn baas. De ja ger stopt het
wild in zij ne wei tasch. Ziet gij die tasch?
Hij brengt het wild aan zij ne vrouw, en die
stopt het in den pot en braadt het lek ker.
Fi laks krijgt de been tjes. Die heeft hij ook
wel ver diend. Hij helpt zijn heer zoo flink.
Wat schiet een ja ger zoo al ? Noem dat
eens op.
Wat doen zij?
Een land man ploegt, zaait, egt, schof feit,
plant, wiedt, maait, dorscht en harkt.
Een boer fokt, melkt, karnt en kneedt.
Een smid vijlt, gloeit, stookt, schuui't en
smeedt.
Een timmerman boort, zaagt, lijmt, schaaft,
hakt, past en klopt.
Ee ne naaister naait, knipt, scheurt, zoomt
en plooit.
Een dief steelt, sluipt, breekt, gluurt en vlucht.