Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Wan neer Zus knor ren krijgt, wordt /ij ver-
drie tig. En bi'oer wordt er ver drie tig bij.
Dan schreien zij samen een deuntje, en dan
kus sen zij sa men hun lie ve Moe tje.
Zus belooft altijd, dat zij het nooit weer
zal doen. Maar zij ver geet het Avel weer eens.
Karei belooft, dat hij zijn hee Ie leven op
zijn Zus je zal pas sen. Wij zul len eens zien,
of hij woord zal hou den.
Turk.
Daar staat ón ze hond. Hij heet Turk. Het
is een trouw beest. Hij houdt bij nacht en
dag de wacht. Geen dief durft op het erf
ko men. Daar past Turk wel op. Dan gromt
en bromt en blaft hij. En Avie niet vlug ver-
trekt, zou hij wel kun nen bij ten.
Voor ons is Turk zoo mak, als een lam.
Met ons speelt hij wat aar dig. Klei ne Frits
stopt zijn hoofd in zijn haar.
Hij trekt hem aan den staart, en klimt op
zijn rug. Dan knort Turk niet, maar likt Frits.
Hij gaat ook wel eens met ons uit. Dan
maakt Va der zijn hals band van den ket ting
Bouwm. Hoor, hoe ilc lea! 2e st. 4e dr. 3