Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
Het beestje zingt, en zegt meteen:
»Wat is het prachtig om ons heen,
Wie zou niet blij en dank baar zijn
Bij bloe men geur en zon ne scliijn."
Vo gel nest jes.
Hebt gij liet nest van een vink wel eens
goed be zien? Dat moet gij toch eens doen.
Dat is de moei te wel waard. In den nazomer
kunt gij zulk een leeg nest wel vin den. Al-
ler lei haar tjes zijn door el kan der ge vloch-
ten tot een ste vig nest. Van bin nen is het
met zach te veer tjes ge voerd. Dan lig gen de
ei tjes en jon ge vo gel tjes zacht.
Niet alle vogels bouwen zulk een kunstig
nest. Een ooi e vaar maakt het van tak ken
hoog op een paal of ee ne schuur. De musch
stopt maar Avat rom mei in een gat. De ek-
ster bouwt zijn nest in den top van een boom.
De kraai doet ook zoo. De leeu we rik broedt
in het ko ren. De kie vit in het gras. De
zwa luw hecht zijn nest te gen de lijst van het
huis. De zwa luw bouwt een sterk en kun stig
nest. Zij met selt het van klei, leem en an-
de re stoffen.