Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
De m a a n,
Ve Ie kin de ren zien gaar ne naar de maan.
Klei ne kin de ren wil len haar grij pen. Maar
zij kun nen de maan niet krij gen. Die staat
veel te ver van ons af.
De maan is soms heel smal. Ook wel rond
of vol. Soms ook half rond. Als de maan vol
is, lijkt zij net een gezicht. Dat hebt gij
ze ker wel eens ge zien. Eerst heeft zij een
lin ker oog. La ter twee oo gen. Ein de lijk
heeft zij weer één oog. Al leen een rech ter.
De maan ziet heel be daard naar ons om-
laag, Zij gluurt door alle scheuren en reten.
Zij tee kent al Ier lei ti guur tjes op den grond.
Des nachts ver licht zij on ze aar de. Dan
is de zon weg. Zij geeft wel licht, maar zij
ver warmt ons niet zoo als de zon.
Het maan licht is zeer zacht. Kijkt gij ook
graag naar de maan ? Zie, op het vol gend
plaatje staat de volle maan. Konden wij er
maar eens heen vlie gen ?