Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
schen schreeuw den om hulp. Maar nie mand
kon gauw ge noeg ko men. Toen men met
eene boot kwam, waren alle men schen al
dood.
Dat ge beurt nog al eens veel, als het stormt.
Hoe ver schrik ke lijk, niet waar? De zee-
man heeft een ge vaai' lij ke brood win ning.
Waar, of niet waar?
Een kind is een jong mensch.
Eene koe is een jong kalt'.
Een e zei is een jong paard.
Een kwartje is meer waard dan een gulden.
Een ko ning woont in ee ne hut.
Elk bord is rond.
Een schaap is een woest dier.
Een wolf is zacht van aard.
De mo Ie naar leeft van den wind.
Het ijs is warm, en het vuur is heet.
Een vlij tig kind
Wordt steeds be mind.
De mol eet zand.
Goud kost veel geld.