Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
Wat Geer te zingt.
Hoo ger, hoo ger, hop sa sa!
Spring en dans ik, tra la la !
Moe tje, Moe tje, op ge past,
Houd toch goed mijn handjes vast,
An ders rol ik aan stonds neer,
En doe ik mijn neusje zeer.
Hop sa, hop sa, hop sa sa!
'k Spring en dans maar, tra la la!
Wat Moeder zingt.
Hopsa, hopsa, aardig ding,
Pas maar op met jou gespring,
Breek je klei ne been tjes niet,
Want dat gaf je veel ver driet.
Schei dus nu met sprin gen uit,
Hopsa, hopsa, kleine guit!
De spin.
De spin maakt zich een web. Dat is een
zeer kun stig werk. Ziet maar eens, hoe lijn
ie de re draad is! Ook is die draad vrij sterk.
Want het dier tje hangt er aan. Het klau tert
er bij o]), en slin gert er aan.
Kunt gij zulk een web maken? Niet? Dat