Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
sen. Nie mand durft het kind kwaad doen.
Hij zorgt wel voor haar. Hij past op haar
nacht en dag. Hij slaapt soms bij haar bedje,
wan neer zij rust.
Is dat niet trouw van den hond?
Wat de klei ne Geert doen kan.
Dat zal wel niet heel veel we zen, zult gij
zeg gen. Zoo'n kind je van drie jaar kan nog
niets doen.
Nu luis tert dan eens.
De kleine Geert kan dwingen en huilen,
het behangsel en prenten scheuren, kopjes
bre ken, klee ren vuil ma ken, met wa ter mor-
sen, eten en drinken.
Nu, dan kan zij nog niet veel bij zon ders,
zult gij zeg gen. Daar hebt gij ge lijk in.
Maar wacht e ven, ik heb nog niet uit ver teld.
Zij kan nog wel wat meer, en wat be ters.
Zij kan, als zij 's a vonds naar bed gaat, al
zelf kous jes uit trek ken. Zij wil haar broer
al hel ])en, de knoo pen van zijn kiel vast te
ma ken. Zij kan haar Va ders pan tof fels al
ha len. Zij kan voor Moe ee ne stoof krij gen.