Boekgegevens
Titel: Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1901-1905
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202620
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoor, hoe ik lees!: allereerste leesoefeningen voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
'k Bui tel dan door 't fris sehe gras,
Alsof 'k ook een schaapje was,
Mets kan mi} dan deren;
'k Zing recht vroolijk in de Mei:
»Ha ! de win ter is voor bij,
Zal vooreerst niet keeren!"
Wie weet het?
Een krui Ava gen heeft één rad, maar een
rij tuig heeft vier . .. .?
Hoe zegt gij, als er meer dan éé ne stad is?
En hoe, als er meer dan één blad is?
Hoe, als er meer dan één slot is?
En hoe, als er meer dan één schot is?
Hoe, als er meer dan één gat is?
En hoe, als er meer dan één vat is?
Eén lot en nog één lot zijn twee . , ,.?
Eén hof en nog één hof zijn twee . . .
De breister.
Kunt ge al zoo mooi brei en,
Grij, zoo'n kleine meid?
Zelf dat hee Ie muts je !
Dat is aar dig heid !