Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
is ploegen, eggen, zaaijen, poten, planten, snoeijen. — Ja,
er is veel! riep ik: dus zoudt gij geheel landman worden,
en uwe letterkundige liefhebberij vaarwel zeggen? — Ik
zie niet, waarom beide niet te zamen kunnen gaan, zet
Melissus: waarlijk, de landbouw, in zijn geheelen omvang,
is als studie een belangrijk vak: zjj zou anders in het
Academisch onderwijs niet opgenomen zijn. Die studie
staat immers met geologie, physica, chemie, astronomie en
mechanica in het naauwste verband? Is er niet, van de
oudste tijden af, een geheele bibliotheek over geschre-
ven door mannen, die de natuur in hare werken en
wetten poogden te bespieden? — Dat bespieden en be-
loeren moet arbeid en vlijt kosten, dunkt mij, Melissus,
zeide ik. — Nu ja, men neemt er t|jd toe, antwoordde
hij: — vooral, ging ik voort, wanneer men er over
schrijft, wanneer men voorschriften opstelt, den tijd
voor ieder veldarbeid aanwijst, het verband tusschen den
aard van ieder getij en dien van iedere vrucht of plant
opgeeft, den invloed van zon, maan en starren, en wat
er verder aan den hemel is, aantoont, en de hulp, waar-
mede wij de natuur te gemoet kunnen komen, wanneer
het saizoen ongunstig is, of onze moedwil haar dwingt
tot ontijdige vruchtbaarheid. Er is iets edels in die studie.
Melissus! — Dat is er ook, antwoordde hij: van Varro
en Columella af, tot op onze tijden toe, heeft zij mannen
van groote talenten bezig gehouden. — Maar Melissus!
zeide ik, wanneer men dat onderwerp in poëzij behandelt,
wordt dan alles gemakkelijker, of heeft men dan minder
talent en zoo veel kennis van de zaak niet noodig? —
Melissus kraste in het zand met zijn wandelstok. — Mij
dunkt, ging ik voort, dat er in de Georgica van Virgilius
veel studie is, en dat een dichtstuk, dat wij dikwijls moeite
hebben om goed te begrijpen, ook aan den Dichter eenige
moeite kan gekost hebben! — Dat wil ik wel gelooven.