Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
Terpoozing, en daarom, met een onnoozele gevolgtrekking,
besluiten, dat die kunststukken in oogenblikken van ver-
poozing gemaakt worden, — zij zouden niets te antwoorden
hebben: en, daarom bemoei ik mij met deze liever niet.
Maar ik heb dikwijls bevonden, dat de derde soort, die
zich zelve voor enthusiasten houden, moeijelijke en ge-
vaarlijke tegenstanders waren, zoo dikwijls ik beweerde,
dat arbeid niet vreemd is aan poëzij. Ik wil verhalen,
wat mij eens met iemand van deze derde soort weder-
varen is. Hij was van elders, en hield zich eenigen tijd
in deze stad op.
Wij ontmoetteden elkander op een wandeling, en de
opgeruimde stemming, waarin wij beide waren, deed ons
spoedig een gesprek aanknoopen, en de wandeling te zamen
vervolgen.
— Hoe verschilt toch de toestand van onzen geest, zeide
hij, van den eenen dag tot den anderen! Gij weet, dat ik,
sedert eenigen tijd, een dichtstuk onder handen heb, en
dat ik er mede bezig blijf, zelfs wanneer ik van huis ben.
Gisteren was ik stomp: ik had geen doorzigt in het
onderwerp, en ik kon in de uitdrukking mijner denk-
beelden geen verheffing brengen. Wanneer ik eenige regels
nedergeschreven had, keurde ik ze terstond weder af, en
haalde er de pen door. Heden is het gansch anders
gegaan: ik overzag een geheele rei van gedachten in eens,
en alle die gedachten zweefden als in een mimischen
tooverdans voor mijne oogen, zoodat mijne voordragt beeld-
spraak werd, en mijn geest opgetogen, verre boven het
ondermaansche. Mijne ontboezeming heeft dan ook dezen
ochtend een paar honderd verzen op het papier gebragt. —
lucundi acti labores, antwoordde ik: met mijn werk
heeft het dezen ochtend ook nog al gevlot: ik heb het