Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
niet nog onlangs weder in het Rijk der Poëzij de Wet
gegeven ?
O Die Achttiende Eeuw, waarin al onze naburen vooruit-
gingen en ons op zijde streefden, terwijl slechts wij stil-
stonden, stilstonden zelfs, wanneer het scheen, dat wij
ons bewogen! Eischt gjj een bewijs, zoo meet de laagte
onzer politieke volksbegrippen, zoo zie de scharen naar
Ahallino en Julius van Sassen stroomen, als waren wij,
trots onze omwenteling, nog de gedrogtelijke voorstellingen
van vorstendwingelandij en bandietenvrijheid niet te boven!
Hoe is dat tijdvak dan toch doorleefd?
Het zij verre van ons met eene zoo sombere beschouwing
te eindigen, en geen ander blijk onzer dankbaarheid voor
dit Handschrift te geven, dan eene ontmoedigende verge-
lijking, hoe diep wij onder onze vroegere Vernuften daalden.
De uitgave van nalatenschappen als deze, — welke in
geene bibliotheek ontbreken mag, — moet meer doen,
dan onzen eigenwaan bezadigen; zij moet ons aansporen ter
navolging der deugden, die ons uit de Gedenkschriften
van het voorgeslacht toeblinken. Het was daarom, dat wij
beproefden Huygens af te schilderen, zoo als wij hem uit
zjjne Geschriften en Werken bewonderen: een menschelijk
en een degelijk man; — doch eene herhaling is na al het
gezegde overbodig. Het was daarom, dat wij zjjnen open'
zin voor alle Kunst en alle Wetenschap roemden; wij
hadden er zijnen lust in alle uitvindingen, inheemsche
en uitheemsche, moeten bijvoegen; Sir David Brewster
heeft nog onlangs Constantyn's ijverig pogen gehuldigd,
om van de ontdekkingen van Galilei voor onze zeevaart
partij te trekken. Het was daarom, dat wij zijne liefde
voor kritiek, studie, natuur in het licht stelden; — bij
deze zou andermaal eene uitweiding beleedigend zijn.
Het was daarom, dat wij zijne Godsvrucht prezen, eene
Godsvrucht, die al zijne krachten, al zijne gaven dienst-