Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
anders „dan Jonathan Swift, en het kamermeisje de arme
Stella!
Huygens, die zieh handhaafde in de rij onzer eerste
Dichters, in eenen tijd, welke — maar voor wien onzer Le-
zers wordt een tafereel vereischt van Hollands gulden eeuw
in "Wetenschappen en Kunsten? Aandoenlijk schouwspel,
hem, den laatstovergeblevene te zien der vernuften, welker
glorie ons uit de dagen van Fredrik Hendrik tegenstraalt,
de laatste star aan onzen allengs verbleekenden hemel!
Of gaat er, bij het verflaauwen van zijnen luister, eenig
licht op, dat verdiend had naast het zijne te blinken? Of
speelt er om de knieën des grijsaards een jongske, of is
er ten onzent een wicht geboren, dat een andere Huig de
Groot in de Regtsgeleerdheid, een andere Hooft voor de
Geschiedenis, een andere Vondel voor de Poëzij, een andere
Rembrandt in de Schilderkunst, een andere Johan de "Wit
voor de Staatkunde, een andere Leeuwenhoek in de
Natuurkennis, een andere Van Campen voor de Bouw-
kunst (want waar zouden wij eindigen), beloofde te worden?
De achttiende eeuw werpt reeds hare schaduw over het
Land, dat in die harer voorgangster Europa het eenige
schouwspel aanbood der ontwikkeling aller gaven van
den menschelijken geest, onder den invloed der beide
geniussen, die hem wieken bedeelen: Vrijheid en
Vroomheid!
"Wij zjjn onzes ondanks algemeen geworden; doch
de indruk der tegenstelling wint er niet bij, al bepalen
wij ons tot de Literatuur. Of wat hebben wij, om het
Proza op te wegen der Engelsche Essayisten en Roman-
dichters, aan wier hoofd Addison en Fielding schitterden?
Of werden onze zoetvloeijende en zanglustige Vaderen
door een' Dichter verrukt, waardig hem naast Pope
te stellen? Of heeft Albion's Muze, sedert die opvol-
gers van Swift door anderen werden vervangen, heeft zij