Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
peinsden, welke begaafde vrienden het eerst de juistheid
hunner aanmerkingen op zijnen arbeid toestemden. Maar
waartoe toch, vraagt men welligt — en de school van
Cats vroeg het in de dagen van Constantyn, en de mid-
delmatigheid baauwt het haar in de onze na — waartoe
dat streven naar het kernige en korte ? "Waarom van den
lezer zooveel moeite geëischt, als de oplettendheid, waarop
Huygens aanspraak maakt, het nadenken, waartoe Huygens
verpligt, de studie, welke Huygens vergt, in zich sluit?
Eer wij antwoorden, vergunne men ons de opmerking, dat
alle stijl ter wereld bijwijlen aan overdrijving lijdt; dat
ieders trant soms in manier ontaardt; dat elke overdrijving,
iedere manier afkeuring verdient. Niemand zal dus ver-
wachten, dat wij Huygens in onze bescherming zullen
nemen, waar hij aan deze euvelen hinkt. Alles, wat wij
ter vergoelijking zijner gebreken hebben in te brengen,
nadat wij van zijne duisterheid hebben afgeschreven, wat
op rekening der verouderde taal, wat vooral op die van
den gewijzigden kunstsmaak moet worden gebragt, wat
is het anders, dan dat zjj ons minder dan die der popu-
laire lamzaligheid stuiten, dewijl het beginsel, uit welks
verkeerde toepassing zij geboren weiden, ook nog in de
verbastering eerbied eischt? Het was liefde tot Studie;
het was een hoog begrip van Kunst! Beter dan wij het
kunnen doen, heeft hij het onbeduidende, het nuttelooze,
het walgelijke van alledaagsch gerijmel gegispt; beter dan
wij het kunnen, zijn streven verdedigd in de uitlegging
van zijn Daghwerck; wij schrijven de plaats hier volgaarne af :
„Soo daer geen onderscheit en waere tusschen Dicht en
„on-Dicht, mocht men altoos in Dicht, of altoos in on-
„ Dicht schrijven. Maer het langh gebruyck seght jae, en
„vele redenen bewyzen 't; alle te kennelick om op nieuws
„te melden. Nochtans siet men soo ongelijcke dingen hier
„vermenghen, daer verwisselen. Daer zijn Dichters, die