Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
neen, met al de warmte eens Vriends, die zijne nachtrust
opoflfert, om naar die stemmen uit het grijze verledene te
luisteren, met al het zelfverwijt eens veellezers, die er
zoo weinig van leerde; wij mogen alleen het laatste
aanhalen:
Ontrent die dooden dan (ghij weet, ick meen myn boeken)
Ben ick gedurigh of te vinden, of te soecken.
En voelder my nu eerst soo yverigh aen vast.
Als hadd icker mijn lang, lang leven na gevast,
Nu is 't waer, tyds genoegh heb icker by versleten,
AVaer ick niet bott geweest, ick hoorde wat te weten;
Maer vinde dat ick pas een dingh te deghe weet,
Dat 'sdat ick my te deegh een' ouden weet-niet heet.
Vraegt niet hoe ick het weet: 'k hoeft maer my selfs te
vragen:
Goed' eters hongeren; maer niet met volle maghen.
Voeld' ick my wel vervult, ick hongerde niet meer:
Maer als ick my door all het wetelycke keer,
En tast wat icker van tot niynent vind in lading.
Oh armen! 'tis een niets, en alles werdt raijn' gading.
En even als m' eertyds te Roomen heeft geseght.
De werelt is my recht een twyfellick gerecht;
'k Waer geeren allom aen, en weet niet waer beginnen,
Denckt of ick hals-werck heb en oeiïening van sinnen.
En of my snippering van uren overschiet.
En of my volck gebreeckt, dat mij als in 't verdriet
Yan ydel' eenigheit kom' troosten, met der wijven,
Onverandwoordelijck bejagh van tydmrdrymn.
Cluys-Werck, V. 385-506.
Wanneer wij niet reeds verre de grenzen eener aankondi-
ging, zelfs in dit Tijdschrift, hadden overschreden, wij
zouden, ter proeve der overeenstemming tusschen den toon