Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Laast gij ooit geestiger verontschuldiging, waarom
iemand weinig uitgaat? Huygens schreef haar, dewijl hij
luttel behagen schiep in de gastenjen zijner dagen, welker
overdadig gebruik van wijn hij — even als hij het reeds
in Hofwijck deed — ook in deze bladen scherp gispt.
"Wie een weinig in het VIH®'® Boek der Korenbloemen,
in de Mengelingh, aen zijne Vrienden in Zeeland met
van als, heeft gesnuffeld, hjj weet, hoe Huygens jaren
lang op den Huize te Miiyden als een der gevierdste gasten
werd ontvangen; hoe hjj in de gulden eeuw onzer Letter-
kunde de eerste vernuften zijns tijds te zijnent plagt te
zien, en spreekt hem dus vrij van een ongezellig stoïcisme,
dat zich zelf genoeg is. De vierentachtigjarige grijsaard
had echter schier dien ganschen kring overleefd; de ramp-
zalige invloed, welken de Fransche Letterkunde op de
onze zou uitoefenen, deed zich reeds in den verflaauwenden
gezelschapstoon voorgevoelen; het degelijke verdween
allengs uit beide. Hoe moest hem de ruwheid der drink-
gelagen, waarin de overgeblevene ligchaamskracht zich
bot vierde; hoe moest de onwaarheid der conversatie,
waarin men eene valsche beschaving huldigde, hoe moesten
zij hem om strijd doen walgen! o Gesprekken, welke
Hooft plagt te kruiden, die "Vondel's geestdrift levendig
hield, waaraan Tesselschade, door hare bevalligheid en
hare talenten, iets ideaals gaf! wat waart gij anders dan
de droom van eene bljjdere levensvaag? En toch, al sche-
merde er een traan in de oogen des grijsaards, bij de ver-
levendiging hunner heugenis, was hij geheel van oude
vrienden verlaten, was hij volslagen alleen? Hoor hem
over zijne Boeken spreken, niet met den ophef eens Ver-
zamelaars, die van verre zijne fraai ingebondene exemplaren
gadeslaat, allemaal maroquin! — niet met de gezwollen-
heid van eenen Antithesen-jager, die u de meest ordelooze
bibliotheek ter wereld schildert, pourvu que c^a brille ; —
5