Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
als werktuigen leerde beschouwen — moet het u dikwijls
geërgerd hebben, hoe zeer onze eeuw die des gelds ist
Een weinig nadenkens, in plaats van het verwaten neder-
zien uit de hoogte, en de sprekende overeenkomst tusschen
alle standen, het menschelijke, dat allen gemeen is, springt
van zelf in het oog 1 Wie durft aanspraak maken op den
eernaam van Christen, zoo hem iedere beschouwing van dien
aard niet tot werkdadige liefde spoort, liefde, verstandig ge-
noeg, om de wereld niet te willen omkeeren, door naar
eene onmogelijke geljjkheid aller standen te streven; liefde,,
verlicht genoeg, om mede te werken tot het welzijn dier
„minder menschelijkheid," hier en hier namaals!
Wat er al in onze oude Dichters schuilt!
Inderdaad, wanneer gij er u in verlustigen wilt, hoe
beminnelijk liefde voor alles, wat menschelijk is, eenen
man van talent maakt; welk eenen weldadigen invloed
zijne gaven, door dat beginsel geprikkeld, op tijdgenoot
en nakomelingen uitoefenen, lees Huygens! Wij mogen
niet onbescheiden ruimte vergen voor aanhaling bij aan-
haling; maar wie onzer Lezers herinnert zich niet menig
fragment uit Hofwijck en de Zeestraet? Hoe vloeit
het eerste Dichtstuk over van liefde voor de Natuur:
Allom sal ick my uyt asen,
Allom suygen mijns gemoeds
Lessen, beteringh en toets.
Welk een open zin voor allerlei levens- en wereldbeschouwing
in de praatjes met boeren en schippers! — hoe zeer is de
Geleerde, de Staatsman, de Hoveling, mensch in den vol-
sten zin des woords, waar hij met opregte sympathie
de liefde van Kees en Tryn bezingt! Opregte sympathie,
zeggen wij; of getuigt hij niet van zijn eigen huwelijk: