Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
beide ons tot hunnen gunsteling kiezen! — De gedachte
trof ons door eene vergelijking, op hoe onderscheidene
wijze Huygens van de drie Vorsten gewaagt, welke hij
beurtelings diende. Hoor hem, in de Zeestraet, van Fre-
derik Hendrik, van Willem II en van Willem III gewagen:
Doe 't myn beurt is geweest den Mann te roer myn' handen
Te leenen, daer hy quam te scheepen of te landen
Ded' ick het yverigh, en met deselve trouw
Die 'ck noch het Vaderland, als 't zijn moest, leisten souw.
Syn Kind hebb ick gedient soo langh het Grod liet leven,
Het Kinds-Kind blijv' ick by, soo lang het God will geven.
En 't Kind gedoogen sal: —
Wanneer wij over dit onderwerp geene andere verzen van
de hand des Dichters bezaten, wat anders zou er uit zijn
op te merken, dan dat hij van zijne dienst in den bloei
des mannelijken leeftijds met het meeste vuur gewaagde;
immers, wien zou het invallen in het gedoogen des Kinds
de toekomstige strafheid van Willem III te zien? Voeg
nu echter bij de bede voor Frederik Hendrik — die wij
u in het Dagkwerck Ier lezing aanbevalen — de lofspraak,
hem elders bedeeld:
Hij, Frederick in 't kort, 's Landts zorgh en ziel en zegen.
Voeg bjj deze de bekende Scheepspraet — welke Huygens
eene plaats verzekert naast Marnix, zeldzame Hovelingen,
welke den volkstoon wisten te treffen! — vergelijk, hadden
wij liever moeten zeggen, vergelijk daarmede de plaatsen
in de Fita propria, op welke hij van Willem II gewaagt
en Willem III schetst, en lees dan de volgende regelen
in het Cluys-werck. Huygens heeft verteld, dat hij zich
des morgens ten Hove begeeft, om rijk en arm, om al