Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
Huygens alles uitgaat; eene nog karakteristieker onder-
scheiding dan die, welke de wijsgeerige zin van Quesais-je?
tegenover den dichterlijken geest van Constanter ople-
vert. Waartoe eene vergelijking beproefd van mannen,
die, om bilHjk te worden beoordeeld, van onderscheidene
standpunten moeten worden gezien? Toen Madame De
Staël de waarheid populariseerde: Qu'il faut juger les
esprits d'après leur siècle, meende zij waarschijnlijk eene
streep te halen door al die vergelijkingen, al die dooden-
gesprekken, enz.; — en als Professor Geel droomt, dat
hij het Elysium ziet, dan doet hij het met zoo veel oordeel,
zoo veel smaak, zoo veel tact, in één woord, dat hij
slechts tijdgenooten met elkander laat spreken, — een
ander had Bilderdijk, door Joost weet wie, laten bescha-
men: hij koos Schiller! ^
Te vergeefs hebben wij straks het woord van Montes-
quieu aangehaald, wanneer de Lezer zich verbeeldt, dat
wij Huygens, al noemden wij hem den opregtsten onzer
Autobiographen, een volkomen voorbeeld dier schrijfsoort
achten; ook hij verbergt bij wjjlen iets; ook hij zegt niet
alles, wat wij, welligt onbescheiden, gaarne van hem
hadden gehoord. En echter, hoe weinig studie eischen
zijne verzen, om de opmerking bevestigd te zien, onlangs
door eenen genialen Brit gemaakt, dat het tot de eigen-
aardige schoonheden van dien schrijfstijl behoort, dat alle
verberging eene soort van bekentenis wordt, dat de toon
der uitdrukking soms meer verraadt, dan de woorden
beduiden. — Wij bedoelen hier niet het eenige zwak,
dat wij in Huygens opmerkten, zijne tevredenheid over
zich zeiven, het genoegen, waarmede hij gewaagt van
hetgene hij deed, — het is naauwelijks te vermijden, ten
zij men, als Gothe, Wahrheit u. Dichtung schrijve, en
echter, hoe is ook deze doorgaans over zich zeiven vol-
daan; — hoe wordt men dit, wanneer genie en geluk