Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
's Morghens, eer wy 't licht ontmoeten,
Sullen wy die Godheit groeten,
's Morghens eer de dagh ontwaeckt
En de son de sterren staeckt.
Een van beider nuchtre monden,
Sal de schuld van beider sonden
Voeren voor 't genadigh recht,
Daer geen boerentongh te slecht,
Daer geen dubbel hert te dicht is
Daer het saligh tegenwight is,
Onser schael die altijd helt.
God met God te vreên gesteld!
Wij mogen het gansch gebed hier niet afschrijven; maar
wie den geest dier dagen in zijne waardigste uitdrukking
wil leeren kennen; wie weten wil, welke de strekking
der Hervorming was bij mannen zoo als Huygens, hij leze
en herleze het. Het beginsel is dankbaarheid voor de genade
in Christus, het beginsel, dat het Protestantisme
Naer Waerheit en niet meer, der zielen eigen Balsem,
Door soete wegen spoort, en houdt geen ondersoeck,
Haer moeite waerder dan Gods een en ander boeck.
Wat kan de bede van zulk een' Christen anders zijn
dan : „Leer ons tot Uwe eere leven," onder rampen, als
in voorspoed, het Hemelsch Vaderland gedachtig! En
fluks wordt de opregtheid van geloof en gebed getoetst
aan de toepassing op hunne eigene omstandigheden; fluks
blijkt het, hoe Kerk en Staat eenen Hollander dier dagen
evenzeer ter harte gingen; hoe mensch, burger. Christen
volkomen één waren. Vadervreugde, moederweelde, zij